30/04/2014: de troefkaarten van Nizwa

fort, annex soek

Bij het vertrek stopt Yasir me nog een eigen gemaakte witte Dishada en een fles parfum toe. Dit laatste geschenk is evenwel niet voor mij bedoeld ;-) Mijn ontmoeting met Yasir en een deel van zijn familie zal ik niet gauw vergeten…

Naast de bijzondere geitenmarkt heeft de oasestad nog een andere troefkaart van formaat: het indrukwekkende Nizwa fort. Zijn bekendheid heeft het vooral te danken door zijn kolossale, ronde toren. Zijn grootsheid eist alle aandacht op en doet de belendende moskee haast in het niets verdwijnen. Op weg naar de top van het fort ontdek ik dat het bouwwerk op ingenieuze wijze is voorzien van diverser ‘murder holes’. In deze gaten goot men gekookte dadelstroop om de aanvallers af te weren. Op het dak van het fort staan tevens 23 kanonnen, cirkelvormig opgesteld en klaar voor de tegenaanval. Vanop een horizontaal platform kijk ik uit over immense dadelplantages en het Hadjar gebergte. Terwijl ik de horizon afspeur mijmer ik weg naar minder vredige tijden. In gedachten zie ik aanstormende vijanden, niet wetend wat hen te wachten stond. Elke belegering was gedoemd te mislukken.

Op een boogscheut van het fort ligt de al even impressionante en mooi gerestaureerde soek. Het complex van gebouwtjes herbergt een verscheidenheid aan winkeltjes. Naast de klassieke souvenirshops, tref ik er ook alledaagse producten aan. De hygiëne is vooral in de vishal ver zoek. Zwermen vliegen cirkelen rond en strijken uitgehongerd neer op het afval. Het aanblik wekt niet meteen mijn smaakpapillen op.

De broeierige middagzon nodigt evenmin uit om op de fiets te stappen. Ik besluit dan maar om de fietstocht wat uit te stellen en te flaneren doorheen de wirwar van steegjes. Andermaal kom ik tot het besef dat Oman, het land van Sultan Qaboos bin Said me blijft verrassen. Eenmaal weg van het centrum is de mengeling van heden en verleden alom tegenwoordig. Statige, met vakkennis opgetrokken wooncomplexen leunen aan tegen levenloze karkassen van huizen en verlaten panden. Het verval weerspiegelt zich in het stof dat zich al jaren heeft opgestapeld. Het contrast tussen oud en nieuw vraagt om gefotografeerd te worden. Vooral de aftandse deuren vormen hierbij een dankbaar onderwerp.

Rond half vijf is de hitte eindelijk wat dragelijk geworden, al schommelen de temperaturen nog steeds rond de 35 graden. Wil ik alsnog wat kilometers afhaspelen, dan zal er niks anders opzitten dan een behoorlijk stuk na zonsondergang te fietsen. Nood breekt nu eenmaal wet…