Een tweede leven

Inventiviteit is van alle tijden. Het op zoek gaan naar andere toepassingen is een onderdeel geworden van de samenleving. In Laos kunnen ze erover meespreken.

Laos werd tussen 1964 en 1973 zowat platgebombardeerd. In feite was Laos niet echt betrokken bij de Vietnam oorlog, maar dat nam niet weg dat het land uiteindelijk de meest gebombardeerde plek ter wereld werd. Diverse oorzaken liggen aan de grondslag. Enerzijds hoopte Amerika door de bombardementen het oprukkend communisme in Indochina (Vietnam, Laos en Cambodja) een halt toe te roepen en anderzijds was het de bedoeling om de Ho Chi Min trail die dienst deed als bevoorradingscorridor voor de Vietcong ( de communistische guerrilla) te vernietigen. Vermoedelijk dropte Amerika zo maar eventjes 2,1 miljoen ton bommen over Laos. Het waren bommen die ze tijdens hun luchtaanval op Noord-Vietnam niet hadden gebruikt. Landen met nog zoveel munitie aan boord was uiterst risicovol en dus gooiden ze de bommen willekeurig af op Laos.

Alleen al in Laos wordt het dodental geschat op 200.000. Een cijfer dat tot op vandaag blijft oplopen, want nog jaarlijks sterven gemiddeld 7 personen door niet ontplofte munitie. Laos lag halverwege de jaren 70 bezaaid met allerlei oorlogsprojectielen. De inwoners verzamelden (vaak op gevaar van eigen leven) het metaal en verkochten het door. Sommige gebruikten de gevonden oorlogsprojectielen als afsluiting of zoals bovenstaande foto illustreert als barbecue. In Laos krijgen oorlogsprojectielen alsnog een tweede, vredelievend lev